Veel deelnemers aan de Olympische Spelen zijn Millennials. De afgelopen week vielen ons met name twee gouden medaillewinnaars op: Esmee Visser (22) die goud won op de 5 kilometer en Ted Jan Bloemen (31) die dat deed op de 10 kilometer. Visser traint niet mee met de Nederlandse top, maar in het Gronings gewest met een groep jongens en Ted Jan Bloemen week uit naar Canada omdat hij keer op keer uit Nederlandse topploegen werd gezet.

 

Visser heeft in Groningen precies die omgeving gevonden waarin ze het beste uit haarzelf kan halen. “Ik ben een trainingsbeest en daar is de aanpak van Remmelt [Eldering] ook op gericht.” Ze mocht zich afbeulen met een groepje jongens die net wat harder rijden dan zij. Dat vindt ze heerlijk en dat past bij haar.

Bloemen kreeg in het Canadese team, onder de beschermende begeleiding van de Nederlandse coach Bart Schouten, een plek waar hij zichzelf mocht zijn. Zich in de luwte kon ontwikkelen. Vertrouwen kreeg in zichzelf en zich omgeven wist door teamgenoten die een team met hem wilden vormen. In Nederlandse teams was hij nogal eens het mikpunt van pesterijen.

Een omgeving met persoonlijke begeleiding, die precies bij hen past, dat heeft bij hen tot dit grote succes geleid. Ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en om uit te groeien tot een kampioen. Tot vertrouwen in zichzelf. En wat voor deze topschaatsers geldt, geldt voor alle Millennials die elke dag bij ons werken.